Pooka
and the Fairy
Pooka en de fee
Er zijn veel verschillende heksen op deze wereld.
Elsie is een plattelands heks. Ze woont in een klein huisje dat in
het midden van het bos staat. In de schitterende heuvels er omheen
liggen boerderijtjes, huisjes en zelfs een klein dorpje waar Elsie
haar kruidenmedicijnen, potpourri en zalfjes verkoopt. Soms zoekt
een buur of iemand uit het dorp het schimmige pad door het bos op
dat naar haar voordeur leidt om iets speciaals te kopen. Maar voor
het grootste deel leeft Elsie heerlijk ongestoord in haar huisje.
Nu hebben de meeste
heksen iets dat we een intieme vriend noemen. Die van Elsie was
een mooie glanzende zwarte kat die Pooka heet.
Pooka doet heel erg zijn best om zich te gedragen. Maar op sommige
dagen lijkt het wel of dat alles dat hij doet er voor zorgt dat
hij in de problemen belandt! Vandaag is nu juist zo'n dag.
Hij zat op de ruwe
houten keukentafel en keek naar Elsie, die lekkere havermout aan
het koken was voor het ontbijt.
" Ik hoop dat ze niet vergeet geen rozijntjes in de mijne te
doen" dacht hij. Onder zijn glanzende vacht knorde zijn
buikje. Hij had honger!
Voor hem op de tafel
stonden lege kommetjes samen met de bruine suiker en het
roomkannetje te wachten. Het room kannetje! Pooka gluurde naar
Elsie die met haar rug naar hem toe stond. Hij wierp nog snel een
blik op het roomkannetje en vervolgens doopte hij zijn zwarte
pootje erin. Pooka's ogen twinkelden van plezier en hij liet een
spinnend geluid horen toen hij de boterige, zoete room van zijn
poot likte. Hij doopte zijn pootje er nog eens in….
"Pooka!"
Elsie had zich nu omgedraaid van het fornuis en betrapte hem!
Pooka, die nog steeds met zijn pootje diep in het kannetje zat,
sprong op toen hij haar stem hoorde. Het kannetje viel op de grond
en brak in duizenden stukjes, de room vloog overal naar toe!
Elsie zuchtte en bakte
het stoffer en blik. "Dat was mijn favoriete kannetje! Je zou
beter moeten weten!" mopperde ze.
Pooka staarde over de rand van de tafel en zag de rommel op de
vloer - al die verspilde room! Toen het kleine heksje het kapotte
aardewerk bij elkaar veegde, sprong hij naar beneden. "Ik
help wel" zei hij, en begon snel de gemorste room op te
likken.
Elsie gaf echt een
grom! Pooka sloop snel de keuken uit en Elsie gooide de met room
bedekte scherven weg. Ze pakte een mop en begon de resten room van
de vloer te dweilen. Toen Pooka zijn kopje om de deur stak, zag de
kleine boef met afschuw dat al die fijne room zo het spoelwater in
ging!
Elsie, die snel naar het fornuis terug ging, riep uit: "Nu is
de havermout aangebrand!"
Aangebrande havermout
voor ontbijt! En ook geen room?
Met een schuin oog op Elsie kroop Pooka stilletjes naar de
afvalemmer. Hij rekte zich uit op zijn achterste poten, zijn kopje
en schouders verdwenen in de emmer. Stiekem likte hij de room van
de scherven van het kannetje.
"Pooka!"
Weer schrok hij en sprong op. De afvalemmer viel om - en de hele
inhoud viel over de stenen vloer! Deze keer, ging Elsie met haar
bezem achter hem aan!
Met zijn oortjes plat
in de nek, vluchtte met een grote sprong de zwarte kat uit het
openstaande keuken raam (terwijl hij in zijn haast nog net een
potje basilicum uit de vensterbank stootte! Hij hoorde de pot
vallen achter hem) en hij rende de tuin in.
Hij bleef rennen tot
hij aan de rand van het bos beland was. Daar ging hij zitten en
begon nerveus zijn vacht in model te likken. Binnen in het huisje
kon hij Elsie horen mopperen in zichzelf terwijl ze de rommel
opruimde die hij net gemaakt had.
Edgar, Elsie's zwarte
kraai, schoot tevoorschijn uit de bomen en landde naast hem. Hij
pikte beschuldigend in Pooka's poot. "Wat heb je nu weer
gedaan?" kraste hij.
Pooka ging door met zichzelf wassen "Niks!" zei hij.
"Cawh-cawh-cawh" lachte Edgar met zijn rasperige lach.
"Tuurlijk! Ik durf te wedden dat je weer in de wortel veldje
hebt gerommeld!"
De kat stopte met
wassen en hief zijn pootje op om de vervelende vogel een klap te
verkopen, maar Edgar was, al lachend, weer gevlogen.
Pooka besloot een poosje koest te blijven. Hij had er zo'n hekel
aan als Elsie kwaad op hem was. Gelukkig bleef ze nooit lang boos.
Het beloofde bijzonder
warm en zonnig te worden voor een herfst dag en de schimmige,
schaduwrijke gouden en roden bomen leken hem uitnodigend. Pooka
likte de restanten van de room van zijn klauwtjes, stond toen op
en strekte en rekte zichzelf eens heerlijk uit. Vervolgens stapte
hij de bosjes in.
Hij dwaalde een poosje
rond en klom tegen een paar bomen om zijn nagels te scherpen aan
de stammen. Eindelijk, toen hij zich heel erg verveelde, vond hij
een zonnestraaltje en nestelde hij zich in zijn favoriete yoga
positie; zijn pootjes om de borst geslagen en zijn staart rond
zijn lijfje gewikkeld, voor een fijne meditatie.
Het duurde niet lang
voordat Pooka verzonk in een diepe concentratie. Mensen die
voorbij liepen zouden wel gedacht kunnen hebben dat Pooka sliep.
Ineens fladderde iets dicht langs hem. Het botste zelfs tegen zijn
neus! Verrast deed hij zijn ogen open. Het leek op een vlinder.
Zijn katten instinct nam het over en Pooka probeerde het te
vangen.
Hij volgde het rond de
boomstronken en zigzagde door de bosjes tot hij het eindelijk
tijdens een hoge sprong over een bos adelaarsvarens midden in de
lucht te pakken kreeg met zijn poot. Helemaal uit balans, maakt
het gevleugelde ding een aantal salto's door de lucht en landde
midden in een bedje van dode bladeren.
Pooka schoot er op af
en landde boven op het ding. Van onder zijn pootje hoorde hij
plotseling een benauwd "Laat me gaan!"
Langzaam en voorzichtig tilde Pooka zijn poot op. Daar, half
begraven onder de blaadjes, lag een heel klein vrouwtje dat bijna
op een mensje leek, maar dan met hele grote, bijzondere
vleugels.
Ze hees zich op haar
voetjes en stopte een stevig knuistje tegen zijn neus. "Jij
onhandige bruut!" schold ze, en ze draaide zich om, om weg te
fladderen. Maar in plaats van weg te vliegen, maakte ze een raar
sprongetje opzij en rolde over de grond in een grote hoop. Ze
stond weer op en draaide zich rond om achter zich te kijken. Een
deel van haar schitterende vleugels hing er kapot en waardeloos
bij.
Het kleine wezentje stampte met haar voet op de grond en gilde
boos "Kijk nou wat je hebt gedaan!". Ze viel op haar
knietjes en begon te snotteren.
Pooka was helemaal verbijsterd! Hij ging eens goed zitten en
knipperde.
"KRAA!" Alsof
hij uit het niets kwam, verscheen Edgar ineens naast hem. Zijn
ogen glansden terwijl hij Pooka's vondst bekeek. "Kan ik dat
eten?" kraste hij.
Het vlinder-meisje gilde en begon zich in te graven onder de
blaadjes om zich te verstoppen.
Pooka bewoog
bedachtzaam zijn staart. "Ik denk het niet."
"Waarom niet?" vroeg de vogel, terwijl hij zijn hoofd
schuin opzij hield. "Ga jij het opeten dan?"
"Nee," zei Pooka. Hij dacht eens even na over deze
situatie en zei toen vastberaden " Ik ga het naar Elsie
brengen."
Hij woelde voorzichtig
door de blaadjes totdat hij het wezentje weer opgegraven had. Toen
pakte hij het snel in zijn bekje en begon stevig door te stappen
naar het huisje.
Edgar hipte achter hen mee. "Gaat Elsie het dan opeten?"
"Nee!" Antwoordde Pooka vanuit zijn mondhoeken en bijna
liet hij het kermende vlinder-meisje vallen. "Het is kapot.
Misschien kan Elsie het maken."
Toen vond Edgar het
niet interessant meer. Hij bolde zijn mooie glanzende veren en
vloog weg.
Het kleine gevleugelde wezentje krioelde rond, half uit zijn mond
en haar bewegingen kietelde zijn snorharen en tong. "Zet me
neer!" eiste ze. Ineens riep ze "Ooooooh! Je kwijlt op
me!!! Getverderrie!!! Kattenspuug! Dit is echt smerig!"
Toen hij het huisje
naderde kan Pooka Elsie binnen horen. Met een gracieuze sprong
landde hij op de vensterbank. Elsie keek op van de tafel waar ze
de lavendel aan het bundelen was die ze net uit de tuin geplukt
had.
"Wat heb je
daar?" Elsie kwam dichterbij en staarde naar het wezentje dat
aan zijn lippen bungelde. "Pooka! Stoute kat! Dat is een
feetje! Laat het los!" Pooka liet het feetje vallen op de
vensterbank. Ze lag wel erg stil. "Oh, Pookie, is ze
dood?" Elsie jammerde van ongenoegen.
Ze tilde het feetje
voorzichtig op aan een voetje. Het kleine wezentje bungelde
levenloos in de lucht.
"Ze doet net alsof" informeerde Pooka zijn vrouwtje.
Ineens kwam het feetje
tot leven, spartelend met haar kleine armpjes en haar ene vrije
beentje in een poging om vrij te komen, terwijl ze met een woeste
blik de kat aankeek. "Jij lelijkerd! Snuffelstaart! Mauwert!"
"Pas op!"
Waarschuwde Elsie haar. "Je doet jezelf zo nog meer
pijn."
Het feetje bedaarde een beetje en blies een lok haar uit haar
gezicht. Ze draaide zich om en richtte nu haar woeste blik op
Elsie. "En wat wilde je dan gaan doen?" blufte ze.
"Nou, als je me
toestaat, dan zal ik eens kijken wat er aan scheelt en hoe we het
kunnen oplappen."
"Wat er aan scheelt?!" riep het ukkie met haar kleine
boze stemmetje. "Dat gemene beest heeft mijn vleugel gebroken
- dat kan iedereen toch zien! Ooooh, als ik mijn toverstaf toch
had! En als je denkt dat onhandige mensen wezens zoals jij iets
kunnen maken dat zo teer is als mijn geliefde vleugel, dan ben je
niet alleen onhandig, maar ook nog heel erg dom!"
Pooka, die nog steeds
op de vensterbank zat, zette zijn staart op en kneep zijn ogen
samen. Hij keek zijn vrouwtje aan. "Ze is niet heel erg
beleefd he?"
Elsie schudde haar
hoofd. "Dat zijn feeën eigenlijk nooit" legde ze hem
uit. Toen vroeg ze aan het wezentje dat nog steeds tussen haar
vingers bungelde "Zal ik je neerzetten?"
De onderste-boven fee
vouwde haar armen over elkaar en stak haar neusje in de lucht.
"Als dat zou kunnen!" (Ze was erg verbolgen omdat ze
onbeleefd genoemd werd!)
Elsie zette haar voorzichtig op de tafel.
Het feetje sprong op
haar voetjes en rende naar de rand van de tafel, "Hoe kom ik
nu naar beneden?" jammerde ze "Ik kan niet
vliegen!"
"Ik kan je op de grond zetten" zei Elsie. "Maar als
je naar buiten gaat, zal waarschijnlijk Edgar je opeten. Hij heeft
altijd honger en hij is niet zo kieskeurig op wat hij eet."
Elsie kon het niet laten dat toch eventjes te zeggen. Het feetje
stampte met haar voet uit frustratie.
Pooka sprong van de vensterbak af en wandelde door de keuken naar
zijn voerbakje toe die naast de openhaard staat. Ahhhh! Elsie had
een beetje havermout in zijn bakje gedaan!
"Weet je zeker dat
ik niet even naar je vleugel moet kijken? Ik ben erg goed in dat
soort dingen."
De fee trok een gezicht naar Elsie, ze weigerde haar te geloven.
Toch ging ze weer zitten. "Wat had je in gedachten dan?"
verzuchtte ze.
"Nou, die vleugel
is gebroken. Er moet een spalk in. Iets dat heel erg teer
is!" Voegde Elsie er nog snel aan toe toen ze de opengesperde
oogjes van de fee zag. "Anders zouden we het misschien alleen
maar erger maken."
"Wat heb je dan om
te gebruiken?" vroeg de fee.
"Hmmmm." Elsie keek de keuken rond. Wat zou goed zijn?
Wat was dun, licht gewicht, en toch sterk genoeg om als spalk te
dienen voor een feeën vleugel? Haar ogen bleven rusten op Pooka
die zijn ontbijt stond te slurpen. "Pookie - wat zou je
denken van een van jouw snorharen?"
"Dat zou wat kunnen zijn" knikte de fee instemmend.
Pooka stopte met eten
en legde zijn oren plat in zijn nek. Een diep, laag gegrom
ontsnapte uit zijn keel.
Elsie sloeg haar handen voor haar mond. "Wil jij nu zeggen
dat je dit arme wezentje zo hebt gevonden, met gebroken vleugel en
al, en dat je er niets mee te maken hebt?"
Pooka gromde nog eens maar deze keer klonk hij toch iets onzeker.
"Dat dacht ik ook!" zei Elsie. "Het is jouw schuld,
mannetje, dat ze nu hulp nodig heeft. Nu is het jouw beurt!"
Langzaam, heel langzaam zette Pooka zijn oren weer op. Elsie had
gelijk.
"Doet dat pijn?" vroeg hij kleintjes.
Elsie lachte. "Nee, ik heb er al die uit zichzelf uitgevallen
zijn." Ze pakte een potje dat hoog op een van de
keukenkastjes stond en liet het aan hem zien. "Zie je? Ik
bewaar al je snorharen hierin. We kunnen er daar een van
gebruiken!"
Pooka zuchtte van
opluchting. Niet dat hij had geweigerd als Elsie er op had gestaan
- maar het had een stuk geholpen als hij die vervelende kleine
kruimel aardig had gevonden.
Elsie pakte een lange snorhaar uit de pot. Uit een ander potje
pakte ze een beetje witte klei dat ze met een beetje spuug op haar
handpalm mengde tot een pasta. Toen trok ze een plukje van haar
eigen haar uit.
"Doet dit
pijn?" Vroeg de fee bezorg, precies zo als Pooka dat eerder
had gedaan.
"Nee, trouwens, we zijn al klaar. Het zou een beetje beter
meten voelen." Verzekerde Elsie haar.
Binnen een paar minuten
was de schitterende vleugel ondersteund door de snorhaar. Die had
Elsie vastgemaakt met haar eigen haar en dat weer vastgeplakt met
de pasta.
De kleine fee keek achterom en klapte in haar handen van
blijdschap. "Dat is zeker beter! Nu kan ik weg!"
Elsie zette haastig
haar handen om het feetje heen. "Wacht!" riep ze uit.
"Als je nu al probeert te vliegen, kun je de spalk breken! Je
moet wachten tot het genezen is."
De fee gluurde tussen Elsie's vingers door. "Hoe lang gaat
dat duren dan?" snauwde ze. Elsie haalde haar handen weg en
schokschouderde. "Dat weet ik niet. Ik heb nog nooit een fee
behandeld…"
De fee liet zich op het tafelblad neerploffen en gaf een heel
diepe zucht. "Nou, dan zit ik dus vast hier!" Ze rolde
met haar ogen. "Wat eten we vanavond?"
Pooka hield de fee goed
in de gaten toen Elsie het avondeten aan het koken was. Het was
een poos geleden dat de kleine keuken gevuld was met de heerlijke
geur van groenten stoofpot met veel knoflook, tijm en een klein
snufje Provençaalse kruiden. De geur van versgebakken zuurdesem
brood kwam daar snel nog eens bij. De kruidenboter stond op tafel
om straks het heerlijk warme brood mee te smeren. Maar feeën zijn
gewend aan naturel voedsel, zonder kruiden en al wat de kleine
deed was klagen (terwijl ze echt genoeg at!).
Uiteindelijk vroeg
Elsie haar, om haar een beetje af te leiden: "Hoe heet
je?"
Het kleintje schudde haar hoofd en antwoordde: "Feeën
vertellen normaal gesproken nooit hun naam aan mensen. Maar dat
zullen jullie wel weer Erg Onbeleefd vinden!"
"Dus…?"
Vroeg Elsie. "Wat is je naam dan?"
Met haar neus nog steeds in de lucht zei de fee:
"Distel."
"Zo, Distel, hoe gaat het met je?" antwoorde Elsie.
"De kat daar is Pooka." De kat keek van boven zijn bakje
bij de haard met samengeknepen oogjes naar de fee.
"En dit is Edgar." Edgar de Kraai klokte zijn diner naar
binnen en verstopte de extra kruimeltjes tussen de kussen van de
stoel. Hij keek nauwelijks op. "En ik ben Elsie. Ik ben een
plattelands heks."
"Een heks?!" piepte de fee. "Dus daarom wist je hoe
je mijn vleugel moest repareren?"
Elsie knikte.
De kleine fee was verwonderd en verbijsterd. Een echte heks in
haar bos! Kun je het je voorstellen!
Die avond maakte Elsie
een bedje voor Distel in een klein houten doosje waarin zacht
flanel en donzige veren zaten. Distel hupte erin en probeerde
gemakkelijk te gaan liggen. Maar hoe ze ook woelde en draaide,
telkens kwam haar kapotte vleugel tegen een van de hoekjes of
randjes. Ze gluurde over het randje van de doos en zag Elsie
zitten in haar stoel naast de openhaard. Ze las een boek.
Vervolgens kreeg ze Pooka in het vizier die languit gerekt op een
groot kussen bij de warme haard lag. Zijn ogen waren dicht en hij
spinde zachtjes.
Enkele ogenblikken
later verraste de fee Pooka, doordat ze dicht tegen zijn zachte
zwarte buikje aankroop. De kat zuchtte en krulde zich om de fee
heen om te zorgen dat ze warm bleef, ook straks als het vuur
uitgaat. "Misschien valt ze toch wel mee" dacht hij.
Toen Elsie naar bed ging, bleef Pooka op zijn plekje liggen,
terwijl hij normaal altijd met haar mee naar boven ging.
De volgende morgen was
Distel weer haar eigen, chagrijnige zelfje.
"Mijn vleugel is nog niet beter!" klaagde ze.
"Ik zei toch dat ik niet weet hoe lang het duurt voor een
feeën vleugel geneest." Herinnerde Elsie haar.
Distel vond haar havermout ontbijt verschrikkelijk. Ze pikte
alleen de rozijnen eruit, die ze in de zoete room doopte.
Toen Elsie de afwas
ging doen, koekeloerde Distel mee over haar schouder. Iedere keer
riep ze dat er iets nog niet goed afgewassen was, of dat Elsie
iets overgeslagen had. Toen Elsie de vloer ging vegen, streek het
kleintje neer op de bezem, zodat ze telkens kon roepen dat Elsie
een hoekje vergeten was.
Toen het huishouden
gedaan was, moest er wat in de tuin gewerkt worden. Maar zelfs
daar had Distel kritiek op. "Waarom laat je de dingen niet
gewoon GROEIEN?" zeurde ze, terwijl Elsie onkruid tussen de
groentes vandaan trok. De kleine fee hupte door de tuin, terwijl
ze fanatiek probeerde om het uitgetrokken onkruid weer te planten.
Pooka liep er rustig achteraan en groef de plantjes weer op.
Toen Elsie rozenknopjes begon te knippen en te verzamelen
schreeuwde het kleine wezentje het uit vanaf haar plekje op
Elsie's hoed "Wat doe je?! Dat zijn de zaden voor volgend
jaar!"
Elsie gaf rustig antwoord, "Ik verzamel de knopjes om er jam
van te maken. Wacht maar tot je het proeft, ik denk dat zelfs jij
hem lekker vind!"
Daarna verwijderde
Elsie de zomertomaatjes en Distel werd haast hysterisch. "Die
zijn niet dood! In het voorjaar gaan ze weer groeien!"
Elsie legde uit dat ze al wat zaden had bewaard zodat ze die
volgend voorjaar kon planten en dat tomaten geen goede vruchten
meer geven in het volgende jaar als je ze 's winters in de grond
laat. Wat Elsie ook zei, Distel wilde niet meer luisteren.
Uiteindelijk was Pooka
het zat. Langzaam legde hij een poot op de fee en gromde "Als
je nu niet stil bent, breek ik je andere vleugel ook nog!"
De fee ging onder een
peperplantje zitten mokken. Toch had ze bijzonder weinig
commentaar meer en waren de uren daarna opmerkelijk rustig!
Edgar hipte door de
tuin, op zoek naar insecten. Hij begreep dat Elsie niet wilde dat
hij het feetje als lunch zou nemen, dus negeerde hij het kleine
ding maar. Desalniettemin bleef Distel toch maar ver uit zijn
buurt!
De dagen werden weken
en nog steeds was het vleugeltje niet genezen. Distel stopte zelfs
met klagen over Elsies kookkunsten. Ze at de stoofpot en de
koekkruimels zonder commentaar. Elke nacht stopte Elsie haar in,
in het houten kistje en las ze een verhaaltje voor. Daarna zong
Elsie zachtjes een heel bijzonder rijmpje met woorden die Distel
nog nooit had gehoord. Pooka zat dan in Elsies schoot en spinde en
knorde het hele verhaaltje door. Maar zodra Elsie de houten trap
op liep om te gaan slapen, bleef Pooka achter. Het feetje zou weer
uit haar kistje klimmen en tegen hem aan kroelen, waarna ze
heerlijk samen in slaap vielen.
"Pooka, wat
betekenen die woorden die Elsie elke avond zingt?" vroeg
Distel.
Pooka vertelde dat het een heel oude toverspreuk was die moest
helpen om Distel's vleugel weer te genezen.
"Oh." zei Distel met een klein stemmetje. Misschien was
dat kleine heksje toch niet zo kwaad!
Een paar dagen later
ontving Elsie voor het eerst bezoek sinds dat Distel bij haar in
huis was komen wonen.
Het feetje had zich genesteld op de achterkant van een van de
keukentrapjes, en keek toe hoe Elsie lekkere verse potpourri aan
het maken was die ze in het dorp ging verkopen. Vanaf haar
"uitkijkpunt" kon Distel door het raam precies het pad
zien dat door de tuin naar de voordeur leidde. Plotseling sprong
ze op en tetterde enthousiast: "Elsie, er komt een
mensenwezen!"
Elsie keek uit het raam
en zag een oudere vrouw met blozende wangen in een lange rok naar
het huisje waggelen. "Dat is mevrouw Jansen. Ze komt
waarschijnlijk weer crème halen voor de handen van haar man.
Distel, je kunt je beter maar verstoppen."
"Waarom?" vroeg Distel. "Wie is mevrouw Jansen?
Houdt ze niet van feetjes?"
"Dat is het niet.." zei Elsie. "Maar waarschijnlijk
gelooft ze gewoon niet in feetjes."
Distel was door het dolle! "Wat?!" piepte ze, met haar
kleine vuistjes in haar zij en haar goede vleugel fladderend van
opwinding. "Ze gelooooft niet in feeen?"
Elsie probeerde haar te
kalmeren, "Distel, ze heeft er waarschijnlijk nog nooit een
gezien. Ze heeft het er al moeilijk mee om mij te accepteren! Ze
denkt nog steeds dat ik een apart kruidenvrouwtje ben met een
beetje een rare smaak wat hoeden betreft! En nu: verstoppen!"
"Maar ik heb nog nooit een mensenwezen van dichtbij
gezien!" protesteerde Distel.
Mevrouw Jansen stond voor de deur en klopte aan. "Distel
verstop je!"
"Maar waar dan?" Distel gebaarde met haar kleine handjes
in de lucht. Elsie pakte het feetje snel op (en natuurlijk was ze
voorzichtig met de vleugel) en haalde de deksel van de suikerpot
die op tafel stond. In een gebaar liet Elsie de fee in de pot
glijden. "Sssst, maak geen geluid!" Gauw deed Elsie de
deksel weer op de pot. Nog even een blik in de spiegel en haar
hoed op zijn plaats, en Elsie kon de deur open doen.
"Hallo mevrouw
Jansen," glimlachte Elsie "Komt u even binnen?"
De oude vrouw ging naar de keuken en ging zitten aan de
keukentafel.
"Wilt u misschien een kopje thee?" Bood Elsie zonder
nadenken aan. Ineens bedacht Elsie zich dat mevrouw Jansen altijd
suiker in haar thee deed!
"Sorry, daar heb ik geen tijd voor vandaag" zei de oude
vrouw en Elsie haalde opgelucht adem.
"Ik heb wat extra crème nodig voor de handen van mijn arme
man," vertelde mevrouw Jansen. "Hij heeft buiten weer
hekken getimmerd en nu zijn zijn handen zo droog als maar kan! Het
zal ook wel met het weer te maken hebben." Ze schudde haar
grijze bolletje.
"Ik ga het gelijk voor u halen," beloofde Elsie. Haar
ogen werden groot van schrik toen ze ineens de deksel van de
suikerpot omhoog zag gaan! Ze sloeg haar hand er bovenop en duwde
de deksel stevig naar beneden. "Wilt u nog iets anders?"
glimlachte ze nerveus.
Mevrouw Jansen zag hoe Elsie de pot tussen haar vingers geklemd
hield. "Gaat het wel goed met je?" vroeg ze.
Ja hoor, ik ben zo fris als een hoentje!" riep Elsie
opgewekt, terwijl ze nog steeds de pot stevig vastgeklemd hield.
"Wel, nu ik hier toch ben, mag ik ook nog wat vlierbloesem en
rozenblaadjes lotion? Kind, dat spul werkt geweldig voor mijn
teint!" om haar woorden kracht bij te zetten klopte mevrouw
Jansen blij op haar zachte, bolle konen.
"Ik ga het gelijk
halen" zei Elsie die nu echt wel een beetje nerveus was. De
deksel van de pot drukte tegen de palm van haar hand. Ze duwde het
nog eens goed terug. "Anders nog iets?"
"Nee hoor, dat is alles." Mevrouw Jansen nestelde zich
goed op de stoel. "Ik wacht hier op je."
"Pukkelige Pentagrammen" mompelde Elsie van onder haar
hoed met ingehouden adem. Hardop zei ze, "Ik ben terug in een
tel, mevrouw Jansen!" Ze draaide nog eens een de deksel van
de suikerpot om Distel duidelijk te maken dat ze op haar plekje
moest blijven en racete weg om de bestelling in orde te maken.
In de pot steeg Distel
haast op van opwinding. Een klein kijkje! Dat was toch niet te
veel gevraagd? Langzaam, heel erg langzaam… drukte ze de deksel
van de suikerpot op een kier - en keek recht in de ree bruine ogen
van de oude vrouw die op slechts centimeters afstand naar haar zat
te staren!
Een paar minuten later haastte Elsie zich terug naar de keuken met
de zalf en de lotion.
"Zo, hoe zit dat met die fee in de suikerpot?" vroeg
mevrouw Jansen rustig!
De eerste sneeuw viel
en Edgar was naar binnen verhuisd, "Ohh," jammerde
Distel "Die vogel zal me opeten!"
De vogel keek eens naar
haar en zei "Uk, je smaakt nog niet half zo goed als
kip!" Nadat hij zijn eten had opgegeten (en voor een deel
door heel de keuken had verstopt) dat Elsie voor hem had gekookt,
settelde hij zich op het hoge plankje dat Elsie speciaal voor hem
had gemaakt. Iedere winter haalde zij het naar binnen, speciaal
als slaapplaats voor hem. Toen hij daar eenmaal zat, werd Distel
iets minder angstig van de grote, zwarte vogel.
Ze raakte gewend aan
Elsie niet geheel vlekkeloze huishouding en begon zelfs te helpen
met de afwas, waarbij ze haar vleugels oefende met het afdrogen,
nadat Elsie klaar was met het wassen.
Pooka groef eens rond
in de bladeren waar hij Distel had gevonden. Hij vond Distels
toverstaf en gaf die aan haar terug. Als ze de toverstaf
gebruikte, strooide ze haar "feeën stof" over de
koekjes en beignets zodat ze extra licht en luchtig werden -
precies dat waar feeën zo van houden!
Toen Yule eraan kwam
bakte Elsie hele dagen de heerlijkste dingen; gemberkoek
mannetjes, stroop koekjes en hartige taarten. Een klein
dennenboompje versierd met kaarsen, vergulde dennenappels, sterren
en hangers schitterde in een hoekje van het huisje. "Waar is
dat voor?" had Distel gevraagd toen ze de boom gingen
optuigen. Ze nipte aan een vingerhoedje kruidige cider.
Elsie zei "Dat is voor de midwinter zonnewende. De zon wordt
weer geboren en we vieren dat er weer nieuw leven komt in het
midden van de winter."
"Oh ja!" beaamde de kleine fee. "Er is altijd
leven, overal!" Ze verraste iedereen toen het Distel lukte om
omhoog te vliegen en een grote glitterende ster op de top van de
boom te zetten. Ze vloog zo wankel dat Elsie het liefste haar
handen voor de ogen had geslagen! Elsie gaf Distel een applausje
en Pooka maakte een sprongetje in de lucht. Zelfs Edgar kraste
genoegzaam. Dit was een teken dat Distels vleugel weer beter werd!
Die nacht sneeuwde het buiten. De boomtakken glansden en straalden
en op het dat van het huisje lag een stralend wit laagje vorst.
Een midnacht stilte vervulde de lucht, net alsof de natuur een
vinger voor haar lippen hield en zei: "Sssssssssssssssst.."
De volgende morgen
haastte iedereen zich naar de voorkamer om hun pakjes in ontvangst
te nemen. Voor Pooka was er een speelgoedmuis. Egdar vond al snel
de helder glanzende steen die voor hem was. Voor Distel was er een
bed van twijgjes, compleet met een heuse hemel van blaadjes en
gedroogde bloemen. Op het bed lag een matras van zachte, donzige
veren en een warme flanellen deken. Ook was het opgemaakt met een
klein kussentje gevuld met mos. De kleine fee was door het dolle!
Eindelijk brak de dag
aan waarop de spalk van Distels vleugel afviel. Elsie besloot dat
de spalk niet langer meer nodig was. De fee bleef nog een paar
weken voorzichtig aan doen en oefende haar vleugels met korte
vluchten door de keuken en bouwde zo langzaam aan weer wat kracht
op.
Op een morgen waren
Elsie en Pooka aan het winkelen in het dorpje. Toen ontdekte
Distel dat ze al helemaal de trap op kon vliegen! En zo.. ontdekte
ze ook Elsie's slaapkamer!
Het was een bijna
helemaal opgeruimde kamer. Op het bed lag een kleurrijke patchwork
quilt die borduurt was met allerlei runen tekens, manen en
pentagrammen. Naast het bed was een klein boekenrekje. Distel
fladderde erlangs en las de titels. "Genezingsspreuk",
"Bezemhandboek - opslag, vliegen en onderhoud",
"Kruiden planten in het maanlicht" allemaal erg saaie
boeken…. Niet 1 sprookjesboek ertussen!
Aan de andere kant van
de kamer stond een klein kaptafeltje. Op het kanten kleedje dat
erover lag, stonden allerlei bijzondere flesjes en potjes. Distel
vloog erheen en keek eens goed naar die prachtige dingen. Haar
kleine feeënhartje begon gelijk sneller te kloppen!
"Rozenblaadjes lotion". "Lavendel reukwater".
"Camille gezichtscrème". Er staat zoveel! Ze roerde
eens in het ene potje, probeerde iets uit het andere, smeerde toch
die daar er ook maar bij! Tijdens haar geëxperimenteer morste ze
aardig wat!
Ze deed net wat "Vlierbloessem Deodorant" op onder haar
inieminie okseltjes toen ze de deur dicht hoorde slaan. Op dat
moment bedacht ze ineens in haar roekeloze feeënhoofd dat ze
misschien wel helemaal niet zomaar aan Elsie toilet spulletjes had
mogen zitten!
Snel vloog ze de
slaapkamer uit, de trap af, zo de voorkamer in.
Zenuwachtig vloog ze heen en weer om een goed plekje uit te
zoeken. Uiteindelijk ging ze toch maar op de boekenplank zitten,
een paar seconden voor Elsie binnenkwam, op de voet gevolgd door
Pooka. Elsie had een emmertje bijenwas bij zich en vertelde
ondertussen " ..nu kunnen we beginnen met het maken van de
kaarsen voor Imbolc.." Pooka spinde en wreef tegen Elsies
enkels. Distel zei achteloos gedag en leunde achterover tegen een
boek,
Die avond, toen Elsie
een bad wilde nemen, herinnerde Distel zich de ongelooflijke
rotzooi die ze in de slaapkamer van het heksje had gemaakt. Als
een speer vloog ze naar boven en probeerde Elsies zicht te
blokkeren. "Oh, Elsie!" jammerde ze. "Je hebt
helemaal geen bad nodig! Je ruikt naar jasmijn en lavendel!"
"De lavendel
bloeit nog niet, net als de jasmijn." Zei Elsie, terwijl die
haar wenkbrauwen hoog optrok.
"Nou, toch ruik je nog steeds zo!" hield Distel
paniekerig vol terwijl ze voor Elsies gezicht bleef fladderen.
Pooka, die twee stappen achter Elsie liep, gleed grommend van
achterdocht langs hen heen.
"Distel?" vroeg hij. "Wat voer jij in je schild?
Waarom mag Elsie niet naar boven van je?"
Nu maakte Distel zich
echt zorgen. Elsie was zo lief voor haar geweest. Dat ze zomaar in
Elsies persoonlijke spulletjes had gesnuffeld was onvergeeflijk.
Inmiddels maakte de
kleine heks zich ook een beetje zorgen. Wat hield Distel
verborgen? Ondertussen liep ze de trap op, en blies het feetje
steeds uit haar gezicht. Ze liep de slaapkamer binnen en zag alle
parfum flesjes liggen, de crèmes over de tafel, parfum op de
grond, lotions op hun zij en vlekken overal… De hele kaptafel
zat onder de poeder. Elsie barstte in lachten uit. "Oh,
Distel! Je bent ook zo'n, …. Zo'n klein fee!"
Distel vloog een stukje
achteruit van verbazing. "Ben je niet boos?"
"Alle sterren nog aan toe!" hikte Elsie. "Nee! Ik
dacht dat er wel iets verschrikkelijks gebeurd moest zijn, zo gek
als je deed. Veel en veel erger dan wat gemorste parfum of poeder!
Dit is heel normaal voor feetje hoor, om lekker te tutten met
luchtjes en poeders. Maar, Distel" zei Elsie nu iets
serieuzer, terwijl ze het feetje in haar hand hield " nu je
sterk genoeg bent om de trap op te vliegen… " haar stem
stierf even weg voor ze toevoegde "Weet je wat dat
betekend?"
Eerst was Distel
helemaal beduusd, maar ineens begreep ze het. Ze danste op Elsies
handpalm en klapte in haar handen.
"JA! JA! Mijn vleugel is beter! Ik kan weer vliegen!"
Toen, ineens, werd ze stil. "Ik ga je missen, Elsie."
fluisterde ze, terwijl ze Elsies vinger knuffelde.
"Ik zal jou ook missen, kleine uk!" zei Elsie.
Toen schoot Distel in
de lach. "Dat weet ik!" lachte ze luid. "Ik kom
snel terug om je te bezoeken - en ik neem al mijn vriendjes
mee!"
Elsie verslikte zich haast bij de gedachte aan honderden kleine
Disteltjes die allemaal tegelijk bij haar op bezoek kwamen!
"Dag Elsie!" zuchtte het feetje, terwijl ze over Elsies
wang aaide. Ze vloog naar Pooka en drukte zich even stevig in zijn
nek. "Dag Pooka!" De kat mauwde zachtjes terug. Hij was
verbaasd toen hij besefte dat hij het feetje toch wel erg zal gaan
missen.
Distel vloog het
slaapkamerraam uit. "Tot ziens!" weerkaatste haar kleine
stemmetje nog.
Pooka ging op bed zitten en begon zijn staart stevig te wassen om
niet te laten merken hoe verdrietig hij eigenlijk was. "Ze
had wel erge haast om te vertrekken zeg. Ze heeft niet eens
eventjes bedankt!" mopperde hij.
Elsie trok de kleine
kat in haar armen, en aaide hem tot ze hem voelde ontspannen.
"Pooka, ze hoort thuis in het bos. En ik had je gezegd dat
feetjes niet heel erg beleefd zijn… maar het maakt niet uit. In
hun hartjes zijn ze goed. " Ze gaf hem nog eens een dikke
knuffel. Pooka duwde zijn kopje tegen haar kin en spinde. Toch
bleef hij zich afvragen… Zou Distel hem helemaal vergeten of zou
ze toch nog terug komen?
~HET
EINDE~
(voor nu dan….)
Back