Free Web Hosting by Netfirms
Web Hosting by Netfirms | Free Domain Names by Netfirms


                                                                                       

Pooka en Elsie 

 

 
 

 

Dit verhaal is geschreven door Lora Graig Gaddis, van Gruenwold Cottage. Lora schrijft geweldige verhalen en ik ben er dan ook reuze trots op dat ik dit verhaal heb mogen vertalen en op de site heb mogen plaatsen. Om eens te kijken naar de Engelse verhalen en Lora's geweldige site, kun je klikken op deze link.   Ook de tekeningen zijn van Lora. Ze heeft ze zelf gemaakt, dus kopieer ze alsjeblieft niet. Als je het aan haar vraagt mag je ze waarschijnlijk best gebruiken, maar zomaar kopiëren is natuurlijk niet de bedoeling.

 

Pooka and the Fairy
Pooka en de fee


Er zijn veel verschillende heksen op deze wereld.
Elsie is een plattelands heks. Ze woont in een klein huisje dat in het midden van het bos staat. In de schitterende heuvels er omheen liggen boerderijtjes, huisjes en zelfs een klein dorpje waar Elsie haar kruidenmedicijnen, potpourri en zalfjes verkoopt. Soms zoekt een buur of iemand uit het dorp het schimmige pad door het bos op dat naar haar voordeur leidt om iets speciaals te kopen. Maar voor het grootste deel leeft Elsie heerlijk ongestoord in haar huisje.

Nu hebben de meeste heksen iets dat we een intieme vriend noemen. Die van Elsie was een mooie glanzende zwarte kat die Pooka heet.
Pooka doet heel erg zijn best om zich te gedragen. Maar op sommige dagen lijkt het wel of dat alles dat hij doet er voor zorgt dat hij in de problemen belandt! Vandaag is nu juist zo'n dag.

Hij zat op de ruwe houten keukentafel en keek naar Elsie, die lekkere havermout aan het koken was voor het ontbijt.
" Ik hoop dat ze niet vergeet geen rozijntjes in de mijne te doen" dacht hij. Onder zijn glanzende vacht knorde zijn buikje. Hij had honger!

Voor hem op de tafel stonden lege kommetjes samen met de bruine suiker en het roomkannetje te wachten. Het room kannetje! Pooka gluurde naar Elsie die met haar rug naar hem toe stond. Hij wierp nog snel een blik op het roomkannetje en vervolgens doopte hij zijn zwarte pootje erin. Pooka's ogen twinkelden van plezier en hij liet een spinnend geluid horen toen hij de boterige, zoete room van zijn poot likte. Hij doopte zijn pootje er nog eens in….

"Pooka!" Elsie had zich nu omgedraaid van het fornuis en betrapte hem! Pooka, die nog steeds met zijn pootje diep in het kannetje zat, sprong op toen hij haar stem hoorde. Het kannetje viel op de grond en brak in duizenden stukjes, de room vloog overal naar toe!

Elsie zuchtte en bakte het stoffer en blik. "Dat was mijn favoriete kannetje! Je zou beter moeten weten!" mopperde ze.
Pooka staarde over de rand van de tafel en zag de rommel op de vloer - al die verspilde room! Toen het kleine heksje het kapotte aardewerk bij elkaar veegde, sprong hij naar beneden. "Ik help wel" zei hij, en begon snel de gemorste room op te likken.

Elsie gaf echt een grom! Pooka sloop snel de keuken uit en Elsie gooide de met room bedekte scherven weg. Ze pakte een mop en begon de resten room van de vloer te dweilen. Toen Pooka zijn kopje om de deur stak, zag de kleine boef met afschuw dat al die fijne room zo het spoelwater in ging!
Elsie, die snel naar het fornuis terug ging, riep uit: "Nu is de havermout aangebrand!"

Aangebrande havermout voor ontbijt! En ook geen room?
Met een schuin oog op Elsie kroop Pooka stilletjes naar de afvalemmer. Hij rekte zich uit op zijn achterste poten, zijn kopje en schouders verdwenen in de emmer. Stiekem likte hij de room van de scherven van het kannetje.

"Pooka!"
Weer schrok hij en sprong op. De afvalemmer viel om - en de hele inhoud viel over de stenen vloer! Deze keer, ging Elsie met haar bezem achter hem aan!

Met zijn oortjes plat in de nek, vluchtte met een grote sprong de zwarte kat uit het openstaande keuken raam (terwijl hij in zijn haast nog net een potje basilicum uit de vensterbank stootte! Hij hoorde de pot vallen achter hem) en hij rende de tuin in.

Hij bleef rennen tot hij aan de rand van het bos beland was. Daar ging hij zitten en begon nerveus zijn vacht in model te likken. Binnen in het huisje kon hij Elsie horen mopperen in zichzelf terwijl ze de rommel opruimde die hij net gemaakt had.

Edgar, Elsie's zwarte kraai, schoot tevoorschijn uit de bomen en landde naast hem. Hij pikte beschuldigend in Pooka's poot. "Wat heb je nu weer gedaan?" kraste hij.
Pooka ging door met zichzelf wassen "Niks!" zei hij.
"Cawh-cawh-cawh" lachte Edgar met zijn rasperige lach. "Tuurlijk! Ik durf te wedden dat je weer in de wortel veldje hebt gerommeld!"

De kat stopte met wassen en hief zijn pootje op om de vervelende vogel een klap te verkopen, maar Edgar was, al lachend, weer gevlogen.
Pooka besloot een poosje koest te blijven. Hij had er zo'n hekel aan als Elsie kwaad op hem was. Gelukkig bleef ze nooit lang boos.

Het beloofde bijzonder warm en zonnig te worden voor een herfst dag en de schimmige, schaduwrijke gouden en roden bomen leken hem uitnodigend. Pooka likte de restanten van de room van zijn klauwtjes, stond toen op en strekte en rekte zichzelf eens heerlijk uit. Vervolgens stapte hij de bosjes in.

Hij dwaalde een poosje rond en klom tegen een paar bomen om zijn nagels te scherpen aan de stammen. Eindelijk, toen hij zich heel erg verveelde, vond hij een zonnestraaltje en nestelde hij zich in zijn favoriete yoga positie; zijn pootjes om de borst geslagen en zijn staart rond zijn lijfje gewikkeld, voor een fijne meditatie.

Het duurde niet lang voordat Pooka verzonk in een diepe concentratie. Mensen die voorbij liepen zouden wel gedacht kunnen hebben dat Pooka sliep. Ineens fladderde iets dicht langs hem. Het botste zelfs tegen zijn neus! Verrast deed hij zijn ogen open. Het leek op een vlinder. Zijn katten instinct nam het over en Pooka probeerde het te vangen.

Hij volgde het rond de boomstronken en zigzagde door de bosjes tot hij het eindelijk tijdens een hoge sprong over een bos adelaarsvarens midden in de lucht te pakken kreeg met zijn poot. Helemaal uit balans, maakt het gevleugelde ding een aantal salto's door de lucht en landde midden in een bedje van dode bladeren. 

Pooka schoot er op af en landde boven op het ding. Van onder zijn pootje hoorde hij plotseling een benauwd "Laat me gaan!"
Langzaam en voorzichtig tilde Pooka zijn poot op. Daar, half begraven onder de blaadjes, lag een heel klein vrouwtje dat bijna op een mensje leek, maar dan met hele grote, bijzondere vleugels. 

Ze hees zich op haar voetjes en stopte een stevig knuistje tegen zijn neus. "Jij onhandige bruut!" schold ze, en ze draaide zich om, om weg te fladderen. Maar in plaats van weg te vliegen, maakte ze een raar sprongetje opzij en rolde over de grond in een grote hoop. Ze stond weer op en draaide zich rond om achter zich te kijken. Een deel van haar schitterende vleugels hing er kapot en waardeloos bij.
Het kleine wezentje stampte met haar voet op de grond en gilde boos "Kijk nou wat je hebt gedaan!". Ze viel op haar knietjes en begon te snotteren.
Pooka was helemaal verbijsterd! Hij ging eens goed  zitten en knipperde.

"KRAA!" Alsof hij uit het niets kwam, verscheen Edgar ineens naast hem. Zijn ogen glansden terwijl hij Pooka's vondst bekeek. "Kan ik dat eten?" kraste hij.
Het vlinder-meisje gilde en begon zich in te graven onder de blaadjes om zich te verstoppen.

Pooka bewoog bedachtzaam zijn staart. "Ik denk het niet."
"Waarom niet?" vroeg de vogel, terwijl hij zijn hoofd schuin opzij hield. "Ga jij het opeten dan?"
"Nee," zei Pooka. Hij dacht eens even na over deze situatie en zei toen vastberaden " Ik ga het naar Elsie brengen."

Hij woelde voorzichtig door de blaadjes totdat hij het wezentje weer opgegraven had. Toen pakte hij het snel in zijn bekje en begon stevig door te stappen naar het huisje.
Edgar hipte achter hen mee. "Gaat Elsie het dan opeten?"
"Nee!" Antwoordde Pooka vanuit zijn mondhoeken en bijna liet hij het kermende vlinder-meisje vallen. "Het is kapot. Misschien kan Elsie het maken."

Toen vond Edgar het niet interessant meer. Hij bolde zijn mooie glanzende veren en vloog weg.
Het kleine gevleugelde wezentje krioelde rond, half uit zijn mond en haar bewegingen kietelde zijn snorharen en tong. "Zet me neer!" eiste ze. Ineens riep ze "Ooooooh! Je kwijlt op me!!! Getverderrie!!! Kattenspuug! Dit is echt smerig!"

Toen hij het huisje naderde kan Pooka Elsie binnen horen. Met een gracieuze sprong landde hij op de vensterbank. Elsie keek op van de tafel waar ze de lavendel aan het bundelen was die ze net uit de tuin geplukt had.

"Wat heb je daar?" Elsie kwam dichterbij en staarde naar het wezentje dat aan zijn lippen bungelde. "Pooka! Stoute kat! Dat is een feetje! Laat het los!" Pooka liet het feetje vallen op de vensterbank. Ze lag wel erg stil. "Oh, Pookie, is ze dood?" Elsie jammerde van ongenoegen.

Ze tilde het feetje voorzichtig op aan een voetje. Het kleine wezentje bungelde levenloos in de lucht.
"Ze doet net alsof" informeerde Pooka zijn vrouwtje.

Ineens kwam het feetje tot leven, spartelend met haar kleine armpjes en haar ene vrije beentje in een poging om vrij te komen, terwijl ze met een woeste blik de kat aankeek. "Jij lelijkerd! Snuffelstaart! Mauwert!"

"Pas op!" Waarschuwde Elsie haar. "Je doet jezelf zo nog meer pijn."
Het feetje bedaarde een beetje en blies een lok haar uit haar gezicht. Ze draaide zich om en richtte nu haar woeste blik op Elsie. "En wat wilde je dan gaan doen?" blufte ze.

"Nou, als je me toestaat, dan zal ik eens kijken wat er aan scheelt en hoe we het kunnen oplappen."
"Wat er aan scheelt?!" riep het ukkie met haar kleine boze stemmetje. "Dat gemene beest heeft mijn vleugel gebroken - dat kan iedereen toch zien! Ooooh, als ik mijn toverstaf toch had! En als je denkt dat onhandige mensen wezens zoals jij iets kunnen maken dat zo teer is als mijn geliefde vleugel, dan ben je niet alleen onhandig, maar ook nog heel erg dom!"

Pooka, die nog steeds op de vensterbank zat, zette zijn staart op en kneep zijn ogen samen. Hij keek zijn vrouwtje aan. "Ze is niet heel erg beleefd he?"

Elsie schudde haar hoofd. "Dat zijn feeën eigenlijk nooit" legde ze hem uit. Toen vroeg ze aan het wezentje dat nog steeds tussen haar vingers bungelde "Zal ik je neerzetten?"

De onderste-boven fee vouwde haar armen over elkaar en stak haar neusje in de lucht. "Als dat zou kunnen!" (Ze was erg verbolgen omdat ze onbeleefd genoemd werd!)
Elsie zette haar voorzichtig op de tafel.

Het feetje sprong op haar voetjes en rende naar de rand van de tafel, "Hoe kom ik nu naar beneden?" jammerde ze "Ik kan niet vliegen!"
"Ik kan je op de grond zetten" zei Elsie. "Maar als je naar buiten gaat, zal waarschijnlijk Edgar je opeten. Hij heeft altijd honger en hij is niet zo kieskeurig op wat hij eet." Elsie kon het niet laten dat toch eventjes te zeggen. Het feetje stampte met haar voet uit frustratie.
Pooka sprong van de vensterbak af en wandelde door de keuken naar zijn voerbakje toe die naast de openhaard staat. Ahhhh! Elsie had een beetje havermout in zijn bakje gedaan!

"Weet je zeker dat ik niet even naar je vleugel moet kijken? Ik ben erg goed in dat soort dingen."
De fee trok een gezicht naar Elsie, ze weigerde haar te geloven. Toch ging ze weer zitten. "Wat had je in gedachten dan?" verzuchtte ze.

"Nou, die vleugel is gebroken. Er moet een spalk in. Iets dat heel erg teer is!" Voegde Elsie er nog snel aan toe toen ze de opengesperde oogjes van de fee zag. "Anders zouden we het misschien alleen maar erger maken."

"Wat heb je dan om te gebruiken?" vroeg de fee.
"Hmmmm." Elsie keek de keuken rond. Wat zou goed zijn? Wat was dun, licht gewicht, en toch sterk genoeg om als spalk te dienen voor een feeën vleugel? Haar ogen bleven rusten op Pooka die zijn ontbijt stond te slurpen. "Pookie - wat zou je denken van een van jouw snorharen?"
"Dat zou wat kunnen zijn" knikte de fee instemmend.

Pooka stopte met eten en legde zijn oren plat in zijn nek. Een diep, laag gegrom ontsnapte uit zijn keel.
Elsie sloeg haar handen voor haar mond. "Wil jij nu zeggen dat je dit arme wezentje zo hebt gevonden, met gebroken vleugel en al, en dat je er niets mee te maken hebt?"
Pooka gromde nog eens maar deze keer klonk hij toch iets onzeker.
"Dat dacht ik ook!" zei Elsie. "Het is jouw schuld, mannetje, dat ze nu hulp nodig heeft. Nu is het jouw beurt!"
Langzaam, heel langzaam zette Pooka zijn oren weer op. Elsie had gelijk.
"Doet dat pijn?" vroeg hij kleintjes.
Elsie lachte. "Nee, ik heb er al die uit zichzelf uitgevallen zijn." Ze pakte een potje dat hoog op een van de keukenkastjes stond en liet het aan hem zien. "Zie je? Ik bewaar al je snorharen hierin. We kunnen er daar een van gebruiken!"

Pooka zuchtte van opluchting. Niet dat hij had geweigerd als Elsie er op had gestaan - maar het had een stuk geholpen als hij die vervelende kleine kruimel aardig had gevonden.
Elsie pakte een lange snorhaar uit de pot. Uit een ander potje pakte ze een beetje witte klei dat ze met een beetje spuug op haar handpalm mengde tot een pasta. Toen trok ze een plukje van haar eigen haar uit.

"Doet dit pijn?" Vroeg de fee bezorg, precies zo als Pooka dat eerder had gedaan.
"Nee, trouwens, we zijn al klaar. Het zou een beetje beter meten voelen." Verzekerde Elsie haar.

Binnen een paar minuten was de schitterende vleugel ondersteund door de snorhaar. Die had Elsie vastgemaakt met haar eigen haar en dat weer vastgeplakt met de pasta.
De kleine fee keek achterom en klapte in haar handen van blijdschap. "Dat is zeker beter! Nu kan ik weg!"

Elsie zette haastig haar handen om het feetje heen. "Wacht!" riep ze uit. "Als je nu al probeert te vliegen, kun je de spalk breken! Je moet wachten tot het genezen is."
De fee gluurde tussen Elsie's vingers door. "Hoe lang gaat dat duren dan?" snauwde ze. Elsie haalde haar handen weg en schokschouderde. "Dat weet ik niet. Ik heb nog nooit een fee behandeld…"
De fee liet zich op het tafelblad neerploffen en gaf een heel diepe zucht. "Nou, dan zit ik dus vast hier!" Ze rolde met haar ogen. "Wat eten we vanavond?"

Pooka hield de fee goed in de gaten toen Elsie het avondeten aan het koken was. Het was een poos geleden dat de kleine keuken gevuld was met de heerlijke geur van groenten stoofpot met veel knoflook, tijm en een klein snufje Provençaalse kruiden. De geur van versgebakken zuurdesem brood kwam daar snel nog eens bij. De kruidenboter stond op tafel om straks het heerlijk warme brood mee te smeren. Maar feeën zijn gewend aan naturel voedsel, zonder kruiden en al wat de kleine deed was klagen (terwijl ze echt genoeg at!). 

Uiteindelijk vroeg Elsie haar, om haar een beetje af te leiden: "Hoe heet je?"
Het kleintje schudde haar hoofd en antwoordde: "Feeën vertellen normaal gesproken nooit hun naam aan mensen. Maar dat zullen jullie wel weer Erg Onbeleefd vinden!"

"Dus…?" Vroeg Elsie. "Wat is je naam dan?"
Met haar neus nog steeds in de lucht zei de fee: "Distel."
"Zo, Distel, hoe gaat het met je?" antwoorde Elsie. "De kat daar is Pooka." De kat keek van boven zijn bakje bij de haard met samengeknepen oogjes naar de fee.
"En dit is Edgar." Edgar de Kraai klokte zijn diner naar binnen en verstopte de extra kruimeltjes tussen de kussen van de stoel. Hij keek nauwelijks op. "En ik ben Elsie. Ik ben een plattelands heks."
"Een heks?!" piepte de fee. "Dus daarom wist je hoe je mijn vleugel moest repareren?"
Elsie knikte.
De kleine fee was verwonderd en verbijsterd. Een echte heks in haar bos! Kun je het je voorstellen!

Die avond maakte Elsie een bedje voor Distel in een klein houten doosje waarin zacht flanel en donzige veren zaten. Distel hupte erin en probeerde gemakkelijk te gaan liggen. Maar hoe ze ook woelde en draaide, telkens kwam haar kapotte vleugel tegen een van de hoekjes of randjes. Ze gluurde over het randje van de doos en zag Elsie zitten in haar stoel naast de openhaard. Ze las een boek. Vervolgens kreeg ze Pooka in het vizier die languit gerekt op een groot kussen bij de warme haard lag. Zijn ogen waren dicht en hij spinde zachtjes. 

Enkele ogenblikken later verraste de fee Pooka, doordat ze dicht tegen zijn zachte zwarte buikje aankroop. De kat zuchtte en krulde zich om de fee heen om te zorgen dat ze warm bleef, ook straks als het vuur uitgaat. "Misschien valt ze toch wel mee" dacht hij. Toen Elsie naar bed ging, bleef Pooka op zijn plekje liggen, terwijl hij normaal altijd met haar mee naar boven ging.

De volgende morgen was Distel weer haar eigen, chagrijnige zelfje.
"Mijn vleugel is nog niet beter!" klaagde ze.
"Ik zei toch dat ik niet weet hoe lang het duurt voor een feeën vleugel geneest." Herinnerde Elsie haar.
Distel vond haar havermout ontbijt verschrikkelijk. Ze pikte alleen de rozijnen eruit, die ze in de zoete room doopte.

Toen Elsie de afwas ging doen, koekeloerde Distel mee over haar schouder. Iedere keer riep ze dat er iets nog niet goed afgewassen was, of dat Elsie iets overgeslagen had. Toen Elsie de vloer ging vegen, streek het kleintje neer op de bezem, zodat ze telkens kon roepen dat Elsie een hoekje vergeten was.

Toen het huishouden gedaan was, moest er wat in de tuin gewerkt worden. Maar zelfs daar had Distel kritiek op. "Waarom laat je de dingen niet gewoon GROEIEN?" zeurde ze, terwijl Elsie onkruid tussen de groentes vandaan trok. De kleine fee hupte door de tuin, terwijl ze fanatiek probeerde om het uitgetrokken onkruid weer te planten. Pooka liep er rustig achteraan en groef de plantjes weer op.
Toen Elsie rozenknopjes begon te knippen en te verzamelen schreeuwde het kleine wezentje het uit vanaf haar plekje op Elsie's hoed "Wat doe je?! Dat zijn de zaden voor volgend jaar!"
Elsie gaf rustig antwoord, "Ik verzamel de knopjes om er jam van te maken. Wacht maar tot je het proeft, ik denk dat zelfs jij hem lekker vind!"

Daarna verwijderde Elsie de zomertomaatjes en Distel werd haast hysterisch. "Die zijn niet dood! In het voorjaar gaan ze weer groeien!"
Elsie legde uit dat ze al wat zaden had bewaard zodat ze die volgend voorjaar kon planten en dat tomaten geen goede vruchten meer geven in het volgende jaar als je ze 's winters in de grond laat. Wat Elsie ook zei, Distel wilde niet meer luisteren.

Uiteindelijk was Pooka het zat. Langzaam legde hij een poot op de fee en gromde "Als je nu niet stil bent, breek ik je andere vleugel ook nog!"

De fee ging onder een peperplantje zitten mokken. Toch had ze bijzonder weinig commentaar meer en waren de uren daarna opmerkelijk rustig!

Edgar hipte door de tuin, op zoek naar insecten. Hij begreep dat Elsie niet wilde dat hij het feetje als lunch zou nemen, dus negeerde hij het kleine ding maar. Desalniettemin bleef Distel toch maar ver uit zijn buurt!

De dagen werden weken en nog steeds was het vleugeltje niet genezen. Distel stopte zelfs met klagen over Elsies kookkunsten. Ze at de stoofpot en de koekkruimels zonder commentaar. Elke nacht stopte Elsie haar in, in het houten kistje en las ze een verhaaltje voor. Daarna zong Elsie zachtjes een heel bijzonder rijmpje met woorden die Distel nog nooit had gehoord. Pooka zat dan in Elsies schoot en spinde en knorde het hele verhaaltje door. Maar zodra Elsie de houten trap op liep om te gaan slapen, bleef Pooka achter. Het feetje zou weer uit haar kistje klimmen en tegen hem aan kroelen, waarna ze heerlijk samen in slaap vielen.

"Pooka, wat betekenen die woorden die Elsie elke avond zingt?" vroeg Distel.
Pooka vertelde dat het een heel oude toverspreuk was die moest helpen om Distel's vleugel weer te genezen.
"Oh." zei Distel met een klein stemmetje. Misschien was dat kleine heksje toch niet zo kwaad!

Een paar dagen later ontving Elsie voor het eerst bezoek sinds dat Distel bij haar in huis was komen wonen.
Het feetje had zich genesteld op de achterkant van een van de keukentrapjes, en keek toe hoe Elsie lekkere verse potpourri aan het maken was die ze in het dorp ging verkopen. Vanaf haar "uitkijkpunt" kon Distel door het raam precies het pad zien dat door de tuin naar de voordeur leidde. Plotseling sprong ze op en tetterde enthousiast: "Elsie, er komt een mensenwezen!"

Elsie keek uit het raam en zag een oudere vrouw met blozende wangen in een lange rok naar het huisje waggelen. "Dat is mevrouw Jansen. Ze komt waarschijnlijk weer crème halen voor de handen van haar man. Distel, je kunt je beter maar verstoppen."
"Waarom?" vroeg Distel. "Wie is mevrouw Jansen? Houdt ze niet van feetjes?"
"Dat is het niet.." zei Elsie. "Maar waarschijnlijk gelooft ze gewoon niet in feetjes."
Distel was door het dolle! "Wat?!" piepte ze, met haar kleine vuistjes in haar zij en haar goede vleugel fladderend van opwinding. "Ze gelooooft niet in feeen?"

Elsie probeerde haar te kalmeren, "Distel, ze heeft er waarschijnlijk nog nooit een gezien. Ze heeft het er al moeilijk mee om mij te accepteren! Ze denkt nog steeds dat ik een apart kruidenvrouwtje ben met een beetje een rare smaak wat hoeden betreft! En nu: verstoppen!"
"Maar ik heb nog nooit een mensenwezen van dichtbij gezien!" protesteerde Distel.
Mevrouw Jansen stond voor de deur en klopte aan. "Distel verstop je!"
"Maar waar dan?" Distel gebaarde met haar kleine handjes in de lucht. Elsie pakte het feetje snel op (en natuurlijk was ze voorzichtig met de vleugel) en haalde de deksel van de suikerpot die op tafel stond. In een gebaar liet Elsie de fee in de pot glijden. "Sssst, maak geen geluid!" Gauw deed Elsie de deksel weer op de pot. Nog even een blik in de spiegel en haar hoed op zijn plaats, en Elsie kon de deur open doen.

"Hallo mevrouw Jansen," glimlachte Elsie "Komt u even binnen?"
De oude vrouw ging naar de keuken en ging zitten aan de keukentafel.
"Wilt u misschien een kopje thee?" Bood Elsie zonder nadenken aan. Ineens bedacht Elsie zich dat mevrouw Jansen altijd suiker in haar thee deed!
"Sorry, daar heb ik geen tijd voor vandaag" zei de oude vrouw en Elsie haalde opgelucht adem.
"Ik heb wat extra crème nodig voor de handen van mijn arme man," vertelde mevrouw Jansen. "Hij heeft buiten weer hekken getimmerd en nu zijn zijn handen zo droog als maar kan! Het zal ook wel met het weer te maken hebben." Ze schudde haar grijze bolletje.
"Ik ga het gelijk voor u halen," beloofde Elsie. Haar ogen werden groot van schrik toen ze ineens de deksel van de suikerpot omhoog zag gaan! Ze sloeg haar hand er bovenop en duwde de deksel stevig naar beneden. "Wilt u nog iets anders?" glimlachte ze nerveus.
Mevrouw Jansen zag hoe Elsie de pot tussen haar vingers geklemd hield. "Gaat het wel goed met je?" vroeg ze.
Ja hoor, ik ben zo fris als een hoentje!" riep Elsie opgewekt, terwijl ze nog steeds de pot stevig vastgeklemd hield.
"Wel, nu ik hier toch ben, mag ik ook nog wat vlierbloesem en rozenblaadjes lotion? Kind, dat spul werkt geweldig voor mijn teint!" om haar woorden kracht bij te zetten klopte mevrouw Jansen blij op haar zachte, bolle konen.

"Ik ga het gelijk halen" zei Elsie die nu echt wel een beetje nerveus was. De deksel van de pot drukte tegen de palm van haar hand. Ze duwde het nog eens goed terug. "Anders nog iets?"
"Nee hoor, dat is alles." Mevrouw Jansen nestelde zich goed op de stoel. "Ik wacht hier op je."
"Pukkelige Pentagrammen" mompelde Elsie van onder haar hoed met ingehouden adem. Hardop zei ze, "Ik ben terug in een tel, mevrouw Jansen!" Ze draaide nog eens een de deksel van de suikerpot om Distel duidelijk te maken dat ze op haar plekje moest blijven en racete weg om de bestelling in orde te maken.

In de pot steeg Distel haast op van opwinding. Een klein kijkje! Dat was toch niet te veel gevraagd? Langzaam, heel erg langzaam… drukte ze de deksel van de suikerpot op een kier - en keek recht in de ree bruine ogen van de oude vrouw die op slechts centimeters afstand naar haar zat te staren!
Een paar minuten later haastte Elsie zich terug naar de keuken met de zalf en de lotion.
"Zo, hoe zit dat met die fee in de suikerpot?" vroeg mevrouw Jansen rustig!

De eerste sneeuw viel en Edgar was naar binnen verhuisd, "Ohh," jammerde Distel "Die vogel zal me opeten!"

De vogel keek eens naar haar en zei "Uk, je smaakt nog niet half zo goed als kip!" Nadat hij zijn eten had opgegeten (en voor een deel door heel de keuken had verstopt) dat Elsie voor hem had gekookt, settelde hij zich op het hoge plankje dat Elsie speciaal voor hem had gemaakt. Iedere winter haalde zij het naar binnen, speciaal als slaapplaats voor hem. Toen hij daar eenmaal zat, werd Distel iets minder angstig van de grote, zwarte vogel.

Ze raakte gewend aan Elsie niet geheel vlekkeloze huishouding en begon zelfs te helpen met de afwas, waarbij ze haar vleugels oefende met het afdrogen, nadat Elsie klaar was met het wassen.

Pooka groef eens rond in de bladeren waar hij Distel had gevonden. Hij vond Distels toverstaf en gaf die aan haar terug. Als ze de toverstaf gebruikte, strooide ze haar "feeën stof" over de koekjes en beignets zodat ze extra licht en luchtig werden - precies dat waar feeën zo van houden!

Toen Yule eraan kwam bakte Elsie hele dagen de heerlijkste dingen; gemberkoek mannetjes, stroop koekjes en hartige taarten. Een klein dennenboompje versierd met kaarsen, vergulde dennenappels, sterren en hangers schitterde in een hoekje van het huisje. "Waar is dat voor?" had Distel gevraagd toen ze de boom gingen optuigen. Ze nipte aan een vingerhoedje kruidige cider.
Elsie zei "Dat is voor de midwinter zonnewende. De zon wordt weer geboren en we vieren dat er weer nieuw leven komt in het midden van de winter."
"Oh ja!" beaamde de kleine fee. "Er is altijd leven, overal!" Ze verraste iedereen toen het Distel lukte om omhoog te vliegen en een grote glitterende ster op de top van de boom te zetten. Ze vloog zo wankel dat Elsie het liefste haar handen voor de ogen had geslagen! Elsie gaf Distel een applausje en Pooka maakte een sprongetje in de lucht. Zelfs Edgar kraste genoegzaam. Dit was een teken dat Distels vleugel weer beter werd!


Die nacht sneeuwde het buiten. De boomtakken glansden en straalden en op het dat van het huisje lag een stralend wit laagje vorst. Een midnacht stilte vervulde de lucht, net alsof de natuur een vinger voor haar lippen hield en zei: "Sssssssssssssssst.."

De volgende morgen haastte iedereen zich naar de voorkamer om hun pakjes in ontvangst te nemen. Voor Pooka was er een speelgoedmuis. Egdar vond al snel de helder glanzende steen die voor hem was. Voor Distel was er een bed van twijgjes, compleet met een heuse hemel van blaadjes en gedroogde bloemen. Op het bed lag een matras van zachte, donzige veren en een warme flanellen deken. Ook was het opgemaakt met een klein kussentje gevuld met mos. De kleine fee was door het dolle!

Eindelijk brak de dag aan waarop de spalk van Distels vleugel afviel. Elsie besloot dat de spalk niet langer meer nodig was. De fee bleef nog een paar weken voorzichtig aan doen en oefende haar vleugels met korte vluchten door de keuken en bouwde zo langzaam aan weer wat kracht op.

Op een morgen waren Elsie en Pooka aan het winkelen in het dorpje. Toen ontdekte Distel dat ze al helemaal de trap op kon vliegen! En zo.. ontdekte ze ook Elsie's slaapkamer!

Het was een bijna helemaal opgeruimde kamer. Op het bed lag een kleurrijke patchwork quilt die borduurt was met allerlei runen tekens, manen en pentagrammen. Naast het bed was een klein boekenrekje. Distel fladderde erlangs en las de titels. "Genezingsspreuk", "Bezemhandboek - opslag, vliegen en onderhoud", "Kruiden planten in het maanlicht" allemaal erg saaie boeken…. Niet 1 sprookjesboek ertussen!

Aan de andere kant van de kamer stond een klein kaptafeltje. Op het kanten kleedje dat erover lag, stonden allerlei bijzondere flesjes en potjes. Distel vloog erheen en keek eens goed naar die prachtige dingen. Haar kleine feeënhartje begon gelijk sneller te kloppen!
"Rozenblaadjes lotion". "Lavendel reukwater". "Camille gezichtscrème". Er staat zoveel! Ze roerde eens in het ene potje, probeerde iets uit het andere, smeerde toch die daar er ook maar bij! Tijdens haar geëxperimenteer morste ze aardig wat!
Ze deed net wat "Vlierbloessem Deodorant" op onder haar inieminie okseltjes toen ze de deur dicht hoorde slaan. Op dat moment bedacht ze ineens in haar roekeloze feeënhoofd dat ze misschien wel helemaal niet zomaar aan Elsie toilet spulletjes had mogen zitten!

Snel vloog ze de slaapkamer uit, de trap af, zo de voorkamer in.
Zenuwachtig vloog ze heen en weer om een goed plekje uit te zoeken. Uiteindelijk ging ze toch maar op de boekenplank zitten, een paar seconden voor Elsie binnenkwam, op de voet gevolgd door Pooka. Elsie had een emmertje bijenwas bij zich en vertelde ondertussen " ..nu kunnen we beginnen met het maken van de kaarsen voor Imbolc.." Pooka spinde en wreef tegen Elsies enkels. Distel zei achteloos gedag en leunde achterover tegen een boek,

Die avond, toen Elsie een bad wilde nemen, herinnerde Distel zich de ongelooflijke rotzooi die ze in de slaapkamer van het heksje had gemaakt. Als een speer vloog ze naar boven en probeerde Elsies zicht te blokkeren. "Oh, Elsie!" jammerde ze. "Je hebt helemaal geen bad nodig! Je ruikt naar jasmijn en lavendel!"

"De lavendel bloeit nog niet, net als de jasmijn." Zei Elsie, terwijl die haar wenkbrauwen hoog optrok.
"Nou, toch ruik je nog steeds zo!" hield Distel paniekerig vol terwijl ze voor Elsies gezicht bleef fladderen.
Pooka, die twee stappen achter Elsie liep, gleed grommend van achterdocht langs hen heen.
"Distel?" vroeg hij. "Wat voer jij in je schild? Waarom mag Elsie niet naar boven van je?"

Nu maakte Distel zich echt zorgen. Elsie was zo lief voor haar geweest. Dat ze zomaar in Elsies persoonlijke spulletjes had gesnuffeld was onvergeeflijk.

Inmiddels maakte de kleine heks zich ook een beetje zorgen. Wat hield Distel verborgen? Ondertussen liep ze de trap op, en blies het feetje steeds uit haar gezicht. Ze liep de slaapkamer binnen en zag alle parfum flesjes liggen, de crèmes over de tafel, parfum op de grond, lotions op hun zij en vlekken overal… De hele kaptafel zat onder de poeder. Elsie barstte in lachten uit. "Oh, Distel! Je bent ook zo'n, …. Zo'n klein fee!"

Distel vloog een stukje achteruit van verbazing. "Ben je niet boos?"
"Alle sterren nog aan toe!" hikte Elsie. "Nee! Ik dacht dat er wel iets verschrikkelijks gebeurd moest zijn, zo gek als je deed. Veel en veel erger dan wat gemorste parfum of poeder! Dit is heel normaal voor feetje hoor, om lekker te tutten met luchtjes en poeders. Maar, Distel" zei Elsie nu iets serieuzer, terwijl ze het feetje in haar hand hield " nu je sterk genoeg bent om de trap op te vliegen… " haar stem stierf even weg voor ze toevoegde "Weet je wat dat betekend?"

Eerst was Distel helemaal beduusd, maar ineens begreep ze het. Ze danste op Elsies handpalm en klapte in haar handen.
"JA! JA! Mijn vleugel is beter! Ik kan weer vliegen!" Toen, ineens, werd ze stil. "Ik ga je missen, Elsie." fluisterde ze, terwijl ze Elsies vinger knuffelde.
"Ik zal jou ook missen, kleine uk!" zei Elsie.

Toen schoot Distel in de lach. "Dat weet ik!" lachte ze luid. "Ik kom snel terug om je te bezoeken - en ik neem al mijn vriendjes mee!"
Elsie verslikte zich haast bij de gedachte aan honderden kleine Disteltjes die allemaal tegelijk bij haar op bezoek kwamen!
"Dag Elsie!" zuchtte het feetje, terwijl ze over Elsies wang aaide. Ze vloog naar Pooka en drukte zich even stevig in zijn nek. "Dag Pooka!" De kat mauwde zachtjes terug. Hij was verbaasd toen hij besefte dat hij het feetje toch wel erg zal gaan missen.

Distel vloog het slaapkamerraam uit. "Tot ziens!" weerkaatste haar kleine stemmetje nog.
Pooka ging op bed zitten en begon zijn staart stevig te wassen om niet te laten merken hoe verdrietig hij eigenlijk was. "Ze had wel erge haast om te vertrekken zeg. Ze heeft niet eens eventjes bedankt!" mopperde hij.

Elsie trok de kleine kat in haar armen, en aaide hem tot ze hem voelde ontspannen. "Pooka, ze hoort thuis in het bos. En ik had je gezegd dat feetjes niet heel erg beleefd zijn… maar het maakt niet uit. In hun hartjes zijn ze goed. " Ze gaf hem nog eens een dikke knuffel. Pooka duwde zijn kopje tegen haar kin en spinde. Toch bleef hij zich afvragen… Zou Distel hem helemaal vergeten of zou ze toch nog terug komen?

~HET EINDE~
(voor nu dan….)

 

 

Back